STATUTEN PROSA

In dit document staan de volledige oprichtingsakte en statuten opgenomen.

HOOFDSTUK l

AKTE VAN OPRICHTING

Heden, eenentwintig juli tweeduizend twintig, verscheen voor mij, mr. Jacobus Henricus Maria Grijmans, notaris te ‘s-Gravenhage:

Definitie

In deze akte zullen de heer P.G. Valerio, mevrouw A.M- Vlieger en de heer P.L.J.M. Leroy, voornoemd onder 1, 2 en 3, tezamen worden aangeduid als “de oprichters”.

Volmacht

Van de volmachten aan de comparanten sub 2 en 3 blijkt uit twee (2) onderhandse akten van volmacht die aan deze akte zullen worden gehecht.

De verschenen personen, handelend als gemeld, verklaarden dat de oprichters bij deze akte een stichting oprichten en daarvoor de volgende statuten vaststellen•

 

STATUTEN

Artikel 1.Begripsbepalingen.

In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenissen:

“bestuur” betekent het bestuur van de stichting;

“directie” betekent de directie belast met de taken bedoeld in artikel 10 van deze statuten;

“schriftelijk” betekent bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen; “stichting” betekent deze stichting.

HOOFDSTUK ll. NAAM. ZETEL, MISSIE, STRATEGIE, DOEL EN VERMOGEN

Artikel 2. Naam en zetel.

2.1 De naam van de stichting luidt: Stichting PROSA Kenniscentrum.

2.2 De stichting heeft haar zetel in de gemeente Maastricht.

Artikel 3. Missie en Strategie. Doel en vermogen.

3.1 De stichting streeft een fundamentele verandering in de medische zorg na, waarbij – bij— elke voorgenomen medische handeling – het vermijden van pijn, angst en dwang en het— bouwen/behouden van vertrouwen vooropstaan.

3.2 Het is essentieel om de gezamenlijke inzichten en ervaringen vanuit verschillende professionele perspectieven te bundelen, uit te wisselen, te ontwikkelen, over te brengen, uit te proberen en te blijven verdiepen. Deze nieuwe kennis wordt verspreid onder interdisciplinaire teams van zorgverleners via opleiding en netwerkleren.

3.3 Door middel van de volgende strategische activiteiten wordt de missie nagestreefd: het creëren, uitbouwen en organiseren van opleidingen en informatie voor zorgprofessionals en andere betrokkenen.

3.4 Naast het geven van onderwijs en het bouwen aan een lerend netwerk, wordt er ook gezocht naar samenwerkingsverbanden met andere initiatieven en relevante partners in— de gezondheidzorg, patiëntenplatforms. Zorgverzekeraars, inspectie voor volksgezondheid maar ook in de media.

3.5 De stichting heeft ten doel:

  1. Het bevorderen van vertrouwen en comfort bij patiënten door onder meer reductie van dwang, angst en pijn rondom handelingen in de gezondheidzorg;
  2. Het creëren van een sterk draagvlak om de in artikel 3.1 omschreven missie van de— stichting voor een publiek breed bekend en beschikbaar te laten worden, alsmede het zoeken naar samenwerkingsverbanden met andere initiatieven en partners zoal opgenomen onder 3.4.;
  3. Het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
    • De stichting heeft geen winstoogmerk. Ook uit de feitelijk werkzaamheid/werkzaamheden van de stichting blijkt dat de stichting als Algemeen Nut— Beogende Instelling het algemeen belang dient en geen winstoogmerk heeft,
    • Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door: fundraising;  subsidies en/of donaties;  schenkingen, erfstellingen en/of legaten;  vergoedingen voor door de stichting verrichte prestaties zoals onderwijs en ondersteuning bij implementatie;  alle andere verkrijgingen en/of baten.

Een aanvaarding van een erfstelling dient in principe een aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding) te zijn. Indien aan een legaat of gift een last is verbonden, behoeft de aanvaarding daarvan een— besluit met gewone meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.

  • Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting.
  • Een natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan geheel dan wel gedeeltelijk beschikken over het vermogen van de stichting als ware het zijn/haar eigen vermogen.

HOOFDSTUK III. HET BESTUUR

Artikel 4. Leden van het bestuur

4.1 Het bestuur bestaat uit ten minste 3 leden. Het aantal leden van het bestuur wordt vastgesteld door het bestuur. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

4.2 Leden van het bestuur worden benoemd door het bestuur, met inachtneming van het— overigens in dit artikel bepaalde, In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een bestuurder kan worden benoemd op voordracht van een ander bestuurslid, mits daarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in artikel 4.3.

4.3 Het bestuur stelt een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van het bestuur. Daarbij zal worden gestreefd naar een vertegenwoordiging in het bestuur van bij het onderwijs betrokken disciplines, aangevuld— met een bestuurslid met financiële expertise.

De profielschets wordt opgenomen in het jaarverslag van de stichting. Deze profielschets— wordt periodiek geëvalueerd door het bestuur maar in ieder geval wanneer een vacature— vervuld dient te worden

4.4 Bij de benoeming van een bestuurslid dienen de regels van de Belastingdienst met betrekking tot algemeen nut beogende instellingen in acht te worden genomen, zodat, behoudens ontheffing van de betreffende inspecteur:

  1. Bestuursleden niet tot elkaar in enige familierechtelijke betrekking tot en met de vierde graad mogen staan
  2. Bestuursleden niet met elkaar gehuwd mogen zijn noch een geregistreerd partnerschap met elkaar mogen zijn aangegaan;
  3. Bestuursleden niet mogen samenwonen met een ander bestuurslid. Onder samenwonen wordt verstaan het duurzaam voeren van een gemeenschappelijke huishouding als ware men gehuwd;
  4. Bestuursleden niet een vergelijkbare relatie als bedoeld onder a, b en/of c mogen— hebben,
  5. Één natuurlijk persoon niet met meerderheid van stemmen de zeggenschap in het— bestuur mag hebben.

4.5 Leden van het bestuur worden benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Het— bestuur stelt een rooster vast dat voorziet in periodiek aftreden van leden van het bestuur en is bevoegd zodanig rooster te wijzigen. Vaststelling van of wijziging in zodanig rooster— kan niet meebrengen dat een zittend bestuurslid tegen zijn wil defungeert voordat de termijn waarvoor hij is benoemd, verstreken is. Een aftredend lid van het bestuur kan maximaal driemaal worden herbenoemd. Wordt een lid van het bestuur herbenoemd en— tijdens de nieuwe termijn als voorzitter benoemd dan kan dit lid in totaal tweemaal worden herbenoemd.

4.6 Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur. Zolang het bestuur bestaat uit één bestuurslid kan dit bestuurslid niet beschikken over het vermogen van de stichting, behoudens ontheffing van de betreffende inspecteur.

4.7 Het is niet toegestaan de bestuursleden een beloning toe te kennen, behoudens vacatiegeld, dat als redelijk en niet bovenmatig aan te merken valt.

Een vergoeding van de wegens de vervulling van de bestuursfunctie redelijkerwijs gemaakte onkosten door een bestuurslid is wel toegestaan.

4.8 De stichting kan aan een bestuurder een vrijwaring geven voor kosten van juridische procedures en eventueel te betalen schadevergoedingen bij aansprakelijkheid van de— bestuurder,

4.9 Een lid van het bestuur defungeert:

Door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd of door zijn aftreden— volgens een rooster als bedoeld in artikel 4.4;

  • Door zijn vrijwillig aftreden;
  • Door zijn ontslag verleend door het bestuur om gewichtige redenen alsmede om redenen dat met het betreffende lid van het bestuur structurele onenigheid van inzichten bestaat, zich een onverenigbaarheid van belangen voordoet of het betreffende lid onvoldoende functioneert; Door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien; door zijn ondercuratelestelling of door een rechterlijke beslissing waarbij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand een bewind over één of meer van zijn goederen wordt ingesteld; door zijn overlijden;

(g) doordat hij failliet wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt of verzoekt om toepassing van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Faillissementswet.

4.10 Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met de functie van lid van de directie. Of werknemer van de stichting

4.11 Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van het bestuur nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, het gehele bestuur waar. Een niet voltallig bestuur blijft volledig bevoegd. Bij ontstentenis van alle bestuurders berust het bestuur van de stichting tijdelijk bij de directie van de stichting.

Artikel 5. Taak en bevoegdheden

5.1 Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

5.2 Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, noch tot het aangaan van— overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld— van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen.

5.3 Bestuursleden kunnen – behoudens ontheffing door het bestuur – geen directielid of bestuurslid zijn van of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van—

Een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting.

5.4 De leden van het bestuur doen opgave van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een lid van het bestuur dient— melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarbij het betreffende bestuurslid —direct dan wel indirect- persoonlijk is— betrokken.

5.5 Het bestuur stelt in een reglement regels vast omtrent de besluitvorming en de werkwijze— van het bestuur, in aanvulling op hetgeen daaromtrent in deze statuten is bepaald.

5.6 Besluiten van het bestuur kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde leden van het bestuur is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde leden van het bestuur.

5.7 Het bestuur stelt de volgende plannen op en herziet deze zo nodig:

  • Een jaarlijks beleidsplan met de daarbij behorende begroting;
  • Een voortschrijdend meer jaren beleidsplan en
  • Eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door het bestuur te bepalen.

Artikel 6.Functies in het bestuur

6.1 Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden bij deze akte in— functie worden benoemd) kan uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester kiezen. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.

6.2 Het bestuur kan een bestuurder ook een andere titel verlenen.

Artikel 7.Vertegenwoordiging

7.1 Het bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur.

Een bestuurslid kan door het bestuur een volmacht gegeven worden de stichting alleen te vertegenwoordigen met inachtneming van de begrenzingen welke in die volmacht zijn opgenomen.

7.2 Het bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid aanstellen. leder van hen vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door het bestuur bepaald

Artikel 8.Vergaderingen

8.1 Het bestuur vergadert telkenmale wanneer één van zijn leden dan wel de directie dat nodig acht. Aan bestuursvergaderingen kan worden deelgenomen en gestemd door middel van een elektronisch communicatiemiddel indien dit bij de oproeping is vermeld 8.2 Indien een bestuurslid hiermee instemt kan de oproeping tot een vergadering geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door hem voor dit doel aan de stichting is bekendgemaakt.

8,3 Een lid van het bestuur kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het bestuur. Een lid van het bestuur kan ter vergadering ten hoogste één ander lid vertegenwoordigen. Omtrent toelating van andere personen beslissen de ter vergadering aanwezige leden, bij meerderheid van stemmen.

8.4 De voorzitter van de vergadering wijst voor de vergadering een notulist aan.

8.5 De vergaderingen van het bestuur worden geleid door zijn voorzitter of diens plaatsvervanger. Bij hun afwezigheid wordt de voorzitter van de vergadering aangewezendoor de ter vergadering aanwezige leden van het bestuur, bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

8.6 Van het verhandelde in een vergadering van het bestuur worden notulen gehouden door de notulist van de vergadering. De notulen worden vastgesteld door het bestuur in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. Ten blijke van vaststelling worden de notulen ondertekend door de voorzitter en de notulist van de vergadering waarin zij worden vastgesteld.

8.7 Het bestuur vergadert tezamen met de directie zo dikwijls het bestuur of de directie dat. nodig acht

Artikel 9. Besluitvorming

9.1 In het bestuur heeft ieder lid één stem.

9.2 Alle besluiten van het bestuur worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Er wordt binnen het bestuur altijd gestreefd naar consensus.

9.3 Het bestuur kan in een vergadering alleen geldige besluiten nemen, indien de meerderheid van de in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigdis.

9.4 Indien zulks bij de oproeping is vermeld is ieder bestuurslid bevoegd om, in persoon of bij schriftelijk gevolmachtigde, door middel van een elektronisch communicatiemiddel aan de bestuursvergadering deel te nemen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, mits het bestuurslid via het elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en kan deelnemen aan de beraadslaging.

9.5 Een lid van het bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging of besluitvorming van het bestuur in geval van een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden onderneming. Indien alle bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden  onderneming, wordt het besluit door het bestuur genomen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Indien een bestuurslid direct of indirect een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is— met het belang van de stichting neemt hij geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming ter zake binnen het bestuur.

9,6 Besluiten van het bestuur kunnen ook buiten vergadering worden genomen, schriftelijk of— op andere wijze, mits het desbetreffende voorstel aan alle in functie zijnde leden is voorgelegd en geen van hen zich tegen de desbetreffende wijze van besluitvorming verzet. Van een besluit buiten vergadering dat niet schriftelijk is genomen wordt door de— secretaris van het bestuur een verslag opgemaakt dat door de voorzitter en de secretaris— van het bestuur wordt ondertekend. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van. Schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde leden van het bestuur.

HOOFDSTUK IV. DIRECTIE

Artikel 10. Directeuren

10.1 De stichting kent een directie die is belast met de voorbereiding van besluiten van het— bestuur en de (dagelijkse) uitvoering van de besluiten van het bestuur.

10.2 De directie bestaat uit één of meer leden. Het aantal leden van de directie wordt vastgesteld door het bestuur,

10.3 Het bestuur stelt een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van de directie, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de directeuren.

10.4 Directeuren worden met inachtneming van de profielschets bedoeld in lid 3 benoemd door het bestuur.

10.5 Het bestuur stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de directie vast.

10.6 ledere directeur kan te allen tijde door het bestuur worden geschorst en ontslagen.

 

Artikel 11.Taak en bevoegdheden. Besluitvorming en taakverdeling

1 1 .1 De directie is belast met de voorbereiding van de strategie, waaronder begrepen het beleid dat moet leiden tot realisatie van de doelstellingen van de stichting, het voorbereiden van bestuursbesluiten in het algemeen en het uitvoeren van de besluiten— van het bestuur en de dagelijkse gang van zaken binnen de stichting.

1 1.2 Het bestuur stelt een reglement op waarin de taken en de werkwijze van de directie worden beschreven.

1 1.3 De directie bereidt de volgende plannen voor wanneer het bestuur daar om vraagt en— herziet deze zo nodig:

  • Een jaarlijks beleidsplan met de daarbij behorende begroting;
  • Een voortschrijdend meer jaren beleidsplan en
  • Eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door het bestuur te bepalen

HOOFDSTUK V. BOEKJAAR EN JAARREKENING• ADMINISTRATIE

Artikel 12. Boekjaar en jaarrekening

12.1 Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.

122 Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar maakt het bestuur een jaarrekening op. Binnen deze termijn stelt het bestuur ook een jaarverslag op en zorgt dat ter beschikking is de verklaring van de accountant houdende bevindingen, alsmede het door de accountant opgestelde accountantsverslag

12.3 De jaarrekening bestaat uit een balans, en een staat van baten en lasten en een toelichting.

12.4 De jaarrekening wordt ondertekend door de leden van het bestuur. Ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

12.5 Het bestuur verleent aan een accountant opdracht tot onderzoek van de jaarrekening en— formuleert de opdracht daartoe. Het bepaalde in artikel 2393 van het Burgerlijk Wetboek— is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

12.6 Het bestuur stelt de jaarrekening vast doch niet zolang niet met de in dit artikel bedoelde accountant over diens bevindingen van gedachten is gewisseld.

Artikel 13. Administratie

 Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

13.2 Het bestuur is verplicht de op papier gestelde jaarrekening, alsmede de in dit artikel 13 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn te bewaren, onverminderd het bepaalde in artikel 13.3.

13.3 De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde jaarrekening, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd— leesbaar kunnen worden gemaakt.

HOOFDSTUK VII. STATUTENWIJZIGING ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 14.Statutenwijziging

14.1 Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen

14.2 Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden van de stemmen van alle in functie zijnde leden van het bestuur. Indien in een vergadering, waar een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, niet alle in functie zijnde leden van het bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan Vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van het algemeen bestuur rechtsgeldig omtrent het voorstel, zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.

14.3 Bij de oproeping tot de vergadering waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld,  dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, te worden gevoegd

14.4 Van een wijziging van deze statuten wordt een notariële akte opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is ieder lid van het bestuur bevoegd

Artikel 15.Ontbinding en vereffening

15.1 De stichting kan worden ontbonden door een daartoe strekkend besluit van het bestuur.

15.2 Op een besluit van het bestuur tot ontbinding van de stichting is het bepaalde in artikel

14.2 van overeenkomstige toepassing.

15.3 Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt besteed ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of ten behoeve

Van een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend – dat wil zeggen tenminste negentig (90%) – het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft.

15.4 In geval van ontbinding van de stichting krachtens besluit van het bestuur worden de Eeden van het dagelijks bestuur vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.

15.5 Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zo veel mogelijk van kracht.

15.6 Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van een daartoe door de vereffenaars aan te wijzen persoon.

15.7 Op de vereffening zijn voorts van toepassing de desbetreffende bepalingen van Boek 2, Titel 1, van het Burgerlijk Wetboek.

HOOFDSTUK VII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 16.Slotbepalingen

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. Tenslotte verklaarden de comparanten, handelend als gemeld:

 Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6.1 worden voor de eerste maal tot bestuurders van de stichting benoemd:

  1. De heer Piet Leo Jules Maria Leroy, voornoemd, in de hoedanigheid van voorzitter;

  1. De heer Paolo Giacomo Valerio, voornoemd, in de hoedanigheid van secretaris;
  2.  
  3. Mevrouw Arina Marianne Vlieger, voornoemd, in de hoedanigheid van penningmeester.

Het bestuur zal uiterlijk binnen een termijn van twee jaar na oprichting van de stichting een besluit nemen tot het instellen van een raad van toezicht binnen de stichting, waartoe de statuten van de stichting integraal zullen dienen te worden gewijzigd.

De comparanten en partijen zijn mij, notaris, bekend en hun identiteit is door mij, notaris, aan de hand van de hiervoor gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld.

 WAARVAN AKTE is verleden te ‘s-Gravenhage op de datum in het hoofd dezer vermeld. Na zakelijke opgave en toelichting van de inhoud van deze akte aan de comparanten hebben deze verklaard tijdig voor het verlijden van de inhoud van deze akte te hebben kennis genomen, op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen en met de inhoud in te stemmen.

Vervolgens is deze akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

(Volgt ondertekening door comparanten en notaris)